© kerkzoeker

Kerkzoeker

 

ALTIJD AL WILLEN WETEN HOE HET ZIT MET DE KERK??

alle informatie van alle kerken in Nederland op één site

Profeten

 

Het Griekse woord prophètès betekent  "openlijk spreken", maar kan ook "voorspellen" betekenen. Het gaat dan om mannen en vrouwen (profeten en profetessen) die in spreken en handelen een boodschap verkondigen waarvan de inhoud niet afkomstig is van henzelf, maar van God Zichzelf aan hen openbaar maakt. Dat kan een boodschap over verleden en heden, maar ook een boodschap met voorspellend karakter voor de toekomst zijn. De profeten krijgen een opdracht van God die zij vaak als zwaar, maar onafwendbaar opvatten. Deze opdracht bestaat soms uit spreken, soms uit het voltrekken van bepaalde handelingen. Hiermee wordt een bepaalde boodschap overgebracht van God naar het volk, waarvan de inhoud soms troostend, dikwijls echter ook waarschuwend is ("keer u om van de dwaalwegen en wandel in de weg van uw God!").

Over de kenmerken van de profeet en de profetie wordt geschreven in het boek Deuteronomium 18: 21-22:

“Misschien vraagt u zich af: Is er een manier om te bepalen of een profetie al dan niet van de HEER komt?  Die is er inderdaad: als een profeet zegt te spreken in de naam van de HEER, maar zijn woorden komen niet uit en er gebeurt niets, dan is dat geen profetie van de HEER geweest. Heb geen ontzag voor een profeet die

zich dat aanmatigt.”

Profeten worden vaak aangehaald in het Nieuwe Testament. De enige profeet die in het

Nieuwe Testament voorkomt is Johannes de Doper.

 

 

Jesaja

De naam Jesaja is afgeleid van een Hebreeuwse naam die bete­kent: 'de Heer heeft gered' of 'de Heer is bevrijding'. In hoofd­stuk 6 beschrijft Jesaja hoe hij door God geroepen wordt tot pro­feet in het sterfjaar van koning Uzzia (ongeveer 740 voor Christus). Velen menen op grond van taal, stijl en inhoud van de hoofdstukken 40-66 dat deze afkomstig zijn van een onbekende profeet uit de tijd van de ballingschap. Men noemt hem ook wel: de deutero-Jesaja, dat is de tweede Jesaja. In het boek Jesaja vindt men behalve profetieën over Juda en Jeruzalem en over de andere volkeren, ook vermanende woor­den en de oproep tot bekering. Het geloof in de enige God, die de Heer is van de geschiedenis, vindt zijn hoogtepunt in de pro­fetieën over de 'Dienaar van de Heer'. De terugkerende ballin­gen worden getroost met de hoop op een betere toekomst: een nieuw Jeruzalem en een nieuwe hemel en aarde.

Lees Jesaja met kanttekeningen

  

 

Jeremia

De naam Jeremia is waarschijnlijk afgeleid van een Hebreeuwse naam die betekent: 'de Heer zal verhogen'. Van het leven en werken van deze profeet is meer bekend dan van welke andere profeet ook. Hij is de zoon van een priester uit het dorpje Anatot, niet ver van Jeruzalem. Jeremia's optreden vond plaats van ongeveer 626 voor Christus tot na de ondergang van Jeruzalem in 586. Toen Jeruzalem door Nebukadnessar, de koning van Babel, veroverd was en een groot gedeelte van de bevolking door hem was weggevoerd, bleef Jeremia in Jeruzalem achter. In de verwarde situatie die daarna ontstond, werd hij door degenen die wilden vluchten, naar Egypte meege­voerd. Waarschijnlijk is hij daar ook gestorven.

Jeremia komt naar voren als een gevoelig man. Hij gaat gebukt onder de taak die God hem heeft opgelegd, en hij lijdt eronder dat het volk niet naar zijn boodschap wil luisteren. Zijn verzet tegen de politiek van de verschillende koningen die zich gesteund weten door de adel, de priesters en de valse profeten, is uiteindelijk vergeefs. In het boek Jeremia treft men profetieën aan over Juda en Jeruzalem en over de andere volken, persoonlijke getuigenissen van de profeet zelf, en historische berichten over zijn confronta­tie met de politieke en religieuze machthebbers. Soms verricht de profeet symbolische handelingen waarmee hij zijn uitspraken verduidelijkt en versterkt (hoofdstukken 13 en 19).

Lees Jeremia met kanttekeningen

 

 

Klaagliederen

Het boek dankt zijn naam aan de inhoud, die bestaat uit vijf klaagliederen naar aanleiding van de

verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus. Het is een van de vijf feestrollen (Megillot) die op de grote feestdagen in de synagoge worden voorgelezen. Klaagliederen wordt gelezen op de gedenkdag van

de verwoes­ting van Jeruzalem. De liederen zijn geschreven in een tijd van grote nood. Het oordeel en de straf die de profeten hebben aangekondigd, zijn geko­men en de dichter buigt zich daaronder, zich bewust van de schuld van het volk. Maar hij vindt ook troost in de wetenschap dat God zijn volk trouw blijft.

Lees Klaagliederen met kanttekeningen

 

 

Ezechiël

De naam is afgeleid van een Hebreeuws woord dat betekent 'de Heer zal sterk maken'. Ezechiël was de zoon van een priester; met veel aanzienlijke Joden werd hij in het jaar 597 voor Christus gedeporteerd naar een plaats aan de Eufraat. Daar werd hij door God tot profeet geroepen in het vijfde jaar van zijn ballingschap. Tot de val van Jeruzalem in 586 voor Christus heeft hij Juda en de buurvolken gewaarschuwd voor het komende onheil (hoofdstuk 1-24). Daarna brengt hij troost met profe­tieën over een nieuw verbond, over het herstel van het land en van de stad Jeruzalem en de tempel. Voor de ommekeer die hij nodig vindt, legt hij grote nadruk op de persoonlijke verant­woordelijkheid van de mensen. Zijn profetische inzichten ver­krijgt hij soms door middel van visioenen, en net als Jeremia maakt hij zijn boodschap aan de mensen duidelijk met symboli­sche handelingen

Lees Ezechiël met kanttekeningen

 

 

Daniël

Het boek dankt zijn naam aan Daniël, die in het eerste hoofd­stuk vermeld wordt als een van

de ballingen die naar Babel wer­den weggevoerd. Het boek valt uiteen in twee gedeelten:

l) hoofdstuk 1-6, zes verhalen over Daniël en zijn drie vrienden aan het hof van koning Nebukadnessar, koning Belsassar en koning Darius. Vooral Daniël komt naar voren als een vrome Jood die standvastig is in het geloof;

hoofdstuk 7-12, vier visioenen waarin Daniël de loop van de wereldgeschiedenis ziet, en in het bijzonder de verschijning van de Mensenzoon in hoofdstuk 7.

Dit visionaire gedeelte behoort tot de zogeheten apocalyptische, dat wil zeggen onthullende, literatuur: geschriften die iets ont­hullen over de toekomst en de eindtijd. Ook kondigen zij de nabije overwinning aan van het koninkrijk van God over de wereldmachten. Apocalyptische gedeelten vindt men ook bij Jesaja, Ezechiël en Zacharia. In het nieuwe testament behoort het boek De Openbaring van Johannes tot deze soort literatuur. Apocalyptische profetieën zijn meestal uitgesproken in tijden van onderdrukking en vervolging. Ze zijn bedoeld om troost te brengen aan het volk dat in nood is, en bevatten daarom meestal geen oproep tot bekering.

Lees Daniël met kanttekeningen

 

 

Hosea

Deze Hebreeuwse naam betekent 'Hij heeft gered'. De profeet Hosea heeft geleefd en gewerkt in het noordelijke rijk Israël in de acht­ste eeuw voor Christus. Jerobeam II was toen koning en het land maakte een periode van welvaart door. Het volk ging afgoden vereren en werd de God van Israël ontrouw. Hosea's eigen huwelijk met de hem ontrouwe Gomer wordt tot beeld van Gods liefde voor zijn afvallige volk. De profeet lijdt eronder dat hij Israël de ondergang moet aankondigen, maar tegelijk blijft hij overtuigd van Gods overwinnende liefde.

Lees Hosea met kanttekeningen

 

 

Joël

Van de profeet Joël is niets anders bekend dan zijn naam en de woorden die hij heeft nagelaten. Het taalgebruik, de beelden waarvan de profeet zich bedient en het noemen van de loniërs in hoofdstuk 3:6 maken het waarschijnlijk dat het boek in de vierde eeuw voor Christus geschreven is.

Het boek begint met een beschrijving van de gevolgen van enke­le grote sprinkhanenplagen die het volk getroffen hebben, en met een aankondiging van 'de dag des Heren', dat is de dag waarop God het oordeel zal uitspreken over de gehele wereld. De profeet doet op iedereen een dringend beroep om zich te bekeren. God zal over wie daar gevolg aan geven, zijn Geest laten komen.

Lees Joël met kanttekeningen

 

 

Amos

Amos was een schapenfokker en vijgenkweker uit het dorp Tekoa in Juda (hoofdstuk 1:1; 7:14). Hij was door God naar het noordelijke rijk Israël geroepen met de opdracht daar als profeet op te treden. Dat gebeurde in de achtste eeuw voor Christus toen Jerobeam II koning was. In die dagen heerste er welvaart, maar die welvaart was alleen voor de heersende klasse. De grote massa van de bevolking leefde in armoede. Uiterlijk werd de godsdienst streng onderhouden, maar innerlijk was men er niet bij betrokken.

Staande bij het altaar te Bethel spreekt Amos Gods oordelen uit. De volkeren worden veroordeeld wegens hun buitenlandse en militaire politiek, Juda wegens de afgodendienst en Israël om de sociale ongerechtigheid en de uitbuiting van de armen. Zijn uit­spraken roepen zoveel weerstand op dat men hem tenslotte het zwijgen oplegt. Het boek sluit af met een heilsprofetie over het vervallen huis van David (hoofdstuk 9:11-15).

Lees Amos met kanttekeningen

 

 

Obadja

De naam Obadja betekent 'knecht van de Heer'. Over deze pro­feet is niets bekend. Het boek bevat slechts één hoofdstuk van 21 verzen waarin fel wordt uitgehaald naar het buurvolk Edom. Want Edom had niet alleen de ondergang van Juda en Jeruzalem in 586 voor Christus met vreugde aangezien maar het had er ook aan meegewerkt. De profeet kondigt de dag des Heren aan met het oordeel over Edom en de vijandige volken, en met het heil voor Juda en Jeruzalem.

Lees Obadja met kanttekeningen

 

 

Jona

Het boek Jona ('duif') bevat het verhaal van een gebeurtenis uit het leven van een profeet die verder alleen in 2 Koningen 14:25 vermeld wordt. Jona moet in opdracht van God naar Nineve gaan om de inwoners te waarschuwen voor de ondergang van hun stad als zij zich niet bekeren. Jona wil van deze opdracht af, en als hem dat niet lukt, kan hij het niet hebben dat Nineve zich bekeert en de straf ontloopt.

Zo leert deze gebeurtenis dat een profeet zich niet aan zijn roe­ping kan onttrekken, en dat hij God ook niet naar zijn hand kan zetten als deze, liever dan te straffen, genadig wil zijn. God is de heer van heel zijn schepping, en zijn barmhartigheid en liefde gaan niet alleen uit naar het volk Israël maar naar alle volken.

Lees Jona met kanttekeningen

 

 

Micha

Het is mogelijk dat de naam Micha een Hebreeuwse afkorting is van een naam die betekent 'Wie is als de Heer'. Micha was afkomstig uit de plaats Moreset-Gat, 35 km ten zuidwesten van Jeruzalem. Evenals Jesaja, van wie hij waarschijnlijk een leerling was, trad hij op in Juda. Na de val van Samaria in 722 voor Christus profeteert hij alleen nog tegen Juda en Jeruzalem.

De profeet verzet zich fel tegen het onrecht van de grootgrond­bezitters die de armen van hun land verdrijven, en tegen de priesters, rechters en leiders van het volk die daaraan meewer­ken. De hoofdstukken 2 tot en met 5 geven uitdrukking aan de heftige debatten tussen hem en zijn tegenstanders. Micha kon­digt echter ook heil en herstel aan. Na het oordeel zal er een vrederijk komen, onder een door God gekozen heerser (hoofdstuk 5:1-4)

Lees Micha met kanttekeningen

 

 

Nahum

De naam van deze profeet is een verkorte vorm van een Hebreeuwse naam die betekent 'de Heer zal troosten'. Van deze profeet is alleen bekend dat hij afkomstig is uit Elkos, een plaats waarvan we de ligging niet kennen.

De profetieën van Nahum zijn gericht tegen de wereldmacht Assyrië. Deze macht is een bedreiging voor Israël. Nahum kon­digt Gods oordeel aan over Nineve, de hoofdstad van Assyrië, en troost zijn volk met het vooruitzicht dat Nineve zal onder­gaan. Omdat Nineve in 612 voor Christus is gevallen, zal deze profetie in ieder geval vóór dat jaar zijn uitgesproken.

Lees Nahum met kanttekeningen

 

 

Habakuk

Over de persoon van Habakuk is ons niets bekend. Zijn optre­den valt misschien rond het

jaar 600 voor Christus toen de Babyloniërs een wereldmacht waren en de kleinere volkeren

opslokten. Habakuk vraagt zich af waarom God de onschuldi­gen laat lijden en niet ingrijpt. Door God bemoedigd kondigt hij de ondergang van Babel aan. In een slotlied beschrijft hij op grootse wijze Gods tussenkomst

Lees Habakuk met kanttekeningen

 

 

Sefanja

Het opschrift vermeldt dat Sefanja een afstammeling is van een zekere Hizkia. Of hiermee de Judese koning Hizkia bedoeld wordt, is niet zeker. Hij trad als profeet op tussen de jaren 640 en 620 voor Christus, tijdens de regering van koning Josia.

Het boek begint met een oordeelsaankondiging wegens de afgo­dendienst. Daarna kondigt de profeet zeer nadrukkelijk de grote dag van de Heer aan, dat is de dag van het grote oordeel van de Heer over zijn schepping. Daarop volgt een oproep tot bekering en een aankondiging van straf over de naburige volken. Na een aantal profetieën tegen Jeruzalem voorziet de profeet een tijd Van heil voor het 'overblijfsel van Israël' (3:13), dat door de straf is gelouterd.

Lees Sefanja met kanttekeningen

 

 

Haggai

Haggai heeft zijn profetieën uitgesproken in het tweede regeringsjaar van koning Darius, een Perzische koning die regeerde van 521 tot 485 voor Christus. Hij richt zich tot de landvoogd Zerubbabel en de hogepriester Jozua die de leiding hadden over de teruggekeerde ballingen. Hij spoort ze aan te beginnen met het herstel van de tempel, en belooft hun een tijd van vrede en welvaart. Het boek bestaat uit vier profetieën die alle afzonderlijk zijn gedateerd.

Lees Haggai met kanttekeningen

 

 

Zacharia

De profeet Zacharia, de zoon van Berekja, trad op in hetzelfde jaar als de profeet Haggai, namelijk 520 voor Christus. Ook hem gaat de herbouw van de tempel zeer ter harte. Zacharia ziet deze herbouw als het begin van de Messiaanse heilstijd: God zal in het midden van zijn volk wonen (hoofdstuk 2:10; GNB 2:9). De profetieën bestaan voor een groot deel uit acht visioenen. De slothoofdstukken behoren tot de zogenoemde 'eindtijd-literatuur' (zie ook de slot-alinea bij Daniël).

Lees Zacharia met kanttekeningen

 

 

Maleachi

De Hebreeuwse naam Maleachi betekent 'mijn bode' of 'mijn engel'. Het kan zijn dat de naam niet als eigennaam bedoeld is, maar als aanduiding van de boodschap van een onbekende pro­feet. De tekst dateert van omstreeks 450 voor Christus, geruime tijd na de herbouw van de tempel. De profeet zet zich in voor een zuivere en oprechte eredienst in de tempel, en roept de men­sen op om trouw te zijn in het huwelijk als teken van trouw aan God en zijn verbond. Voordat de dag van de Heer aanbreekt, de dag waarop God zijn schepping gaat oordelen, zal de profeet Elia komen. Dit profetisch geschrift heeft de vorm van zes discussies die de profeet aangaat met de priesters en met mensen uit het volk.

Lees Maleachie met kanttekeningen

 

Bijbelboeken (N.T.)